secure στα Ολλανδικά

προφορά
ww. verzekeren; bereiken; verwerven; beschermen;versterken; afsluiten; opsluiten
bn. zeker; veilig; sterk; gesloten

παράδειγμα ποινές

These recipes and my mother’s talent would eventually create a secure life for us and for my future family.
Na verloop van tijd zouden deze formules en het talent van mijn moeder ons een veilig leven bezorgen, zowel voor ons als voor mijn toekomstige gezin.
προφορά προφορά Uitspraak Report Error!
A secure income is an important thing for me.
Een vast inkomen is een belangrijk iets voor mij.
προφορά προφορά Uitspraak Report Error!
As of 1950, the European Coal and Steel Community begins to unite European countries economically and politically in order to secure lasting peace.
Sinds 1950 verenigen Europese landen zich economisch en politiek in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal om te zorgen voor een blijvende vrede.
προφορά προφορά Uitspraak Report Error!
Is this bolt secure?
Zit dit boutje goed vast?
προφορά προφορά Uitspraak Report Error!
That child felt secure in his mother's arms.
Het kind voelde zich veilig in de armen van zijn moeder.
προφορά προφορά Uitspraak Report Error!
This bridge looks secure.
Deze brug lijkt stevig.
προφορά προφορά Uitspraak Report Error!
To secure his locker, he uses a padlock.
Om zijn kluisje te beveiligen gebruikt hij een hangslot.
προφορά προφορά Uitspraak Report Error!
Don't climb that ladder - it's not secure.
Niet op die ladder klimmen; hij is niet veilig.
προφορά προφορά Uitspraak Report Error!
Securing this is a major priority.
De verwezenlijking ervan is het hoofddoel.
προφορά προφορά Uitspraak Report Error!
The agenda is not designed to secure justice for the citizen.
De bedoeling is niet de burgers rechtvaardigheid te garanderen.
προφορά προφορά Uitspraak Report Error!

Συνώνυμα

1. confident: assured, positive, certain, sure, hopeful, carefree, easy
2. safe: protected, stable, fast, fastened, fixed, bound, firm
3. obtain: acquire, procure, gain, achieve, grasp, get
4. protect: defend, guard, ensure, safeguard, guarantee, assure
5. fasten: lock, close, tighten, tie, padlock, clinch, bind



dictionary extension
© dictionarist.com